Terug naar de rekentool

Technische documentatie

Methode en formules: Uitvaartkosten

Deze pagina bundelt de rekenconventies, formules en cijfervoorbeelden. Zij vult de rekentool aan zonder het begeleide traject te onderbreken.

Uitvaartkosten zouden ooit hoe dan ook zijn gemaakt. De hier berekende schade is niet het bedrag van die kosten, maar de kost van hun vervroegde betaling.

In het kort

  • Bij een ongeval met dodelijke afloop maken de nabestaanden uitvaartkosten. Die kosten zouden anders jaren later bij het ‘natuurlijke’ overlijden zijn gemaakt.
  • De schade is dus het verschil tussen vandaag betalen en bij het natuurlijke overlijden betalen: schade door vervroegde betaling, bepaald door verdiscontering en overlevingskansen.
  • Hoe jonger het slachtoffer, hoe langer de vervroeging en hoe dichter de schade bij het volledige kostenbedrag ligt. Bij een zeer oud slachtoffer nadert ze nul.

Inleidend voorbeeld

Een man van 40 jaar overlijdt door een ongeval. De uitvaart kost € 5.000. Zonder het ongeval zou hij gemiddeld nog 46,5 jaar hebben geleefd. Bij 2 % rente zou € 5.000, dan betaald, vandaag ongeveer 41 % van dat bedrag waard zijn:

P=5000EUR0,4107×5000EUR=2946EURP=5\,000\,\mathrm{EUR}-0{,}4107\times5\,000\,\mathrm{EUR} =2\,946\,\mathrm{EUR}

De formule

De verwachte huidige waarde van één euro betaald bij het natuurlijke overlijden wordt aangeduid met AxA_x. Overlijdens in elk toekomstig jaar worden geacht halverwege dat jaar plaats te vinden:

Ax=kvk1/2[p(k1)p(k)]A_x = \sum_k v^{k-1/2}\left[p(k-1)-p(k)\right]

Hierbij is p(k)p(k) de ‘virtuele’ overleving van het slachtoffer na kk jaar, volgens de gekozen tafel en exacte leeftijd. p(k1)p(k)p(k-1)-p(k) is de kans om tijdens het k-de jaar te overlijden. De schade volgt daaruit:

P=F(1Ax)P=F\left(1-A_x\right)

FF is het kostenbedrag. Bij geïndexeerde kosten, die de inflatie volgen, wordt verdisconteerd tegen de nettorentevoet iπi-\pi. Dit verhoogt AxA_x en verlaagt de schade door vervroeging. Constante kosten en een hoge rentevoet vergroten daarentegen die schade.

Invloed van de parameters

Kosten € 5.000, constante rentevoet 2 %, berekening 2026:

SituatieAxSchade
Man 40 jaar, Jaumain-methode0,411€ 2.946
Man 40 jaar, Indemnity-tafels0,413€ 2.934
Man 40 jaar, Schryvers-tafels0,427€ 2.867

De tafelkeuze heeft een gematigd effect, ongeveer ±3 % tussen de uitersten. Een tafel met een langere levensverwachting, zoals de Jaumain-methode, verschuift het natuurlijke overlijden naar later, verlaagt AxA_x en verhoogt de schade door vervroegde betaling.

De leeftijd heeft het grootste effect. Bij dezelfde tafel en rentevoet daalt het aandeel van de kosten dat als schade wordt berekend voortdurend met de leeftijd van het slachtoffer: hoog bij een kind, laag bij een persoon van 90 jaar.

Aandachtspunten

  • Het in te voeren bedrag FF betreft werkelijk gemaakte en gestaafde kosten. Of die redelijk zijn, is een juridische vraag.
  • Een nulrentevoet doet de schade door vervroeging mechanisch verdwijnen wanneer geen indexering wordt toegepast: vandaag of over 40 jaar betalen kost dan evenveel. Deze rekentool is bijzonder gevoelig voor de rentevoet.
  • Als de nabestaanden een uitvaartverzekering hebben of een derde de kosten droeg, verandert de grondslag van de schade vóór de actuariële berekening.